Thuis

Column: Sjembek

 

“Heb jij dat nou ook?” De rimpels in haar gezicht zijn de notenbalk van haar levenslied. Een lied gedragen door de toonsoort van haar warme, edoch ook verleidelijke glimlach. Een levenslied in majeur.
“Heb jij dat nou ook”, vraagt ze.
?
“Nou, dat gevoel als je terugkomt van vakantie. Hoe heerlijk het was: lui, frivool, ontspannen, spannend. Van wat was, dat weggewassen wordt met de eerste vakantiewas.”
Herkenbaar.
“Dan laat je die mooie vakantiedagen als in een wijnglas even door je hoofd walsen terwijl de witte handdoeken te drogen hangen.”
Ze wacht om wat er komt bijzonder te maken.
“Dat er dan dat zuchtje wind komt. De gordijnen van de was open gaan en dat ze er dan staat: de St. Steven. In de zon.
“Heb je dat ook”, vraagt ze nog een keer, “Dat gevoel thuis te zijn. Thuis.“
Ze kijkt me aan en slurpt het antwoord uit mijn mond.
“Ja”, zeg ik.
“Mooi hé”, zegt ze en ze zingt met die glimlach van haar levenslied.
Thuis zijn, thuis komen. Ver weg zijn, of dichtbij, maar altijd terugkomen in de stad van je thuis.


Wandelen door de stad. De herboren Bloemerstraat zien, als de zon er overheen wandelt. Breed, stads, uitnodigend. Fantaseer er de bomen alvast bij die er straks komen.
 

Natuurlijk hadden al die vakantiesteden en streken dat ook. Maar toch anders. Dat was vakantie. Dit is thuis, van bij ons, zo zeggen de Vlamingen. Natuurlijk heb je bij veel glazen wijn liggen opscheppen over de zomerfeesten en de Vierdaagse. “Oui”, le plus grand festival du monde”, zei je nog.
 

Over het mirakel van de Dar, dat de catwalk van plastic en afval, die woestijn van feestvreugde de volgende dag verdwenen is. De straten spic & span zijn en de nieuwe feestdag die weer verwoestend terug kan veroveren. Wederom nomineer ik de Dar als Nijmegenaar van het jaar. Geef de Dar glans, is het motto. Mail me ter ondersteuning: redactie(at)uitnijmegen.nl.


De feesten op de Kaai, de schokker als taxi over het water, zelfs landelijke kranten die met open mond van verbazing schrijven over het wonder van het park midden in de Waal waar langzaam maar zeker tout Nijmegen zich verpoosd aan de Costa del Waal. Nijmegen de zomerstad.


De stad waar een wethouder zomaar vanuit zijn achterzak voor een paar miljoen bij de slager een pondje gehakt koopt. “Are you kidding me?” Oh nee, zei ik dan op het mediterrane terras trots: “Wir schaffen das.”


Je ziet dat het ingeslapen V&D met hevige boren, beitels en voorhamers wordt wakker gekust door stoere bouwvakker-prinsen. Je weet dat ten stadhuize plannen worden gesmeed om de stad toekomst-proof te maken. Dan heb je nog op de Waalkade de yogaspeeltuin. Goed plan, maar het is goed dat je yoga vooral met gesloten ogen bedrijft, zodat je de kerstbomen niet ziet die de hoeken van het plein markeren. Welke verheven geest heeft dat bedacht: kerstbomen! Wat een bevrijdend en geestverruimend matras zou moeten zijn is zo een prenatale kerststal. Maar ook dat is Nijmegen.
Altijd Nijmegen.


Als dan om tien voor negen ’s avonds de klokken van de St. Steven hun klanken over de stad strooien en galmend roepen: kom jongens en meisjes naar huis, want de poorten gaan dicht. Dan heb je het ook, dan weet je dat de stad als een engel over je waakt, dan weet je waar je bent: thuis.

 

Uitgave:

SEP16 

 
Er zijn slechtere plekken om te wonen en te verblijven dan Nijmegen. Maar dat wil niet zeggen dat alles goed is. Er is veel mis in de stad en in die modderpoel walst de ijdelheid van de politiek in zelfgenoegzaamheid. Maar ik kan me ook ergeren. Zonder zelfgenoegzaamheid, zonder  eigenbelang: alleen omdat ik vind dat de stad af en toe een muk is, een rund, dat er eens flink van langs moet hebben. En zo’n muk is nou een sjembek!


Lees meer columns

Klik hier

Bekijk de laatste berichten

Studentikoos

ABBA in de bieb

Lees meer
COLUMNS

De Boekhoorn Boys

Maandelijkse column geschreven door voetbaljournalist Iwan van Duren

Lees meer
COLUMNS

Kattencafé Balthazar

naast je koffiekopje ook een kattenkopje

Lees meer
Interview