Kinderdroom

Column: Sjembek


Kerst is voor mij de wedergeboorte van een kinderdroom. Alle Jahren wieder. Het warme gevoel van geborgenheid dat naast het kindje in het kribje ligt. De gezelligheid van de huiskamer, het bij elkaar zijn. Herinneringen hangen fonkelend in de kerstboom. Samen de boom optuigen, de kerstgroep een plek geven. Maria, Jozef, Jezus, een stel herders en een zootje schapen wonen in ons huis. Een plek kadastraal bekend onder Lucas II 1-14.  

Onder mijn grijze haren hangt de geur van wierook, worstenbroodjes. De versierde straten, de warme uitnodigende etalages. Ouderwetse woorden komen op: warmte, genegenheid. Er is geen feest waar je zoveel samen doet: samen eten, samen wandelen, samen zingen.

En nou maar hopen dat er niet iemand op staat die tegen timmermannen is die Jozef heten. Dat ze zich gediscrimineerd voelen. Dat ze als hard werkende zzp-ers alleen maar bijrollen krijgen met Kerstmis en ze ook die beide feestdagen in een stal moeten werken. Of een anti-os front of een balkende ezelstichting die zich er aan ergert dat hun lievelingen met kerst in de kou van de stal moeten staan. Of drie koningen die uit een land komen waar het qua mensenrechten ook geen goud, wierook en mirre is.  

Of dat het verlangen naar een ‘witte’ kerst eigenlijk ook helemaal niet kan. 

Kerstmis als piek van het cultureel religieuze erfgoed.

De voortekenen zijn goed. De r van rollebollend over straat gaan is in november al bij het grof vuil gezet. Wethouder Turgay Tankir nam als bedrogen echtgenoot van het rode huwelijk het vliegtuig naar Turkije. Daar in Istanbul bij een kopje appelthee gaat hij staan, kijkt over de Bosporus naar de overkant van de Middellandse zee. Hij weet dat daar aan de Turkse kust, in Patara, Sinterklaas in het jaar 270 is geboren en dat hij dertig jaar later bisschop wordt van Myra. Noel Baba, fluistert Turgay, de Turkse naam van Sinterklaas. De Sint als patroonheilige van een gelukkig huwelijk.

Me hoela, denkt Turgay in het Nijmeegs. Hij schrijft een lange brief naar de Sint met een kopietje naar Nijmegen. En angstig fluisteren ze in de PvdA-fractiekamer 5 december zijn naam. Hoort wie klopt daar kinderen? Hoort wie klopt daar zachtjes tegen het raam?:

Tankir… Tankir…

Buiten heerst een andere sfeer. Oer-Nijmeegse gezelligheid, van feestverlichting en verlichte uitnodigende etalages. De feestmaand is aangebroken. In veel huizen worden de dozen vanaf de zolder de huiskamer in gesleept en de kerstboom, de tuin en het hele huis wordt opgetuigd. Nijmegenaren zijn versierders. Sommige huizen kunnen met hun lampjes en afbeeldingen makkelijk concurreren met Disneyland. Een zee van gezelligheid waaiert uit over de stad.

De wreedheid woont in de schaduw van het licht en jaagt dagelijks door kranten en het 8-uur-journaal. Is Kerstmis sterker dan de wreedste oorlog, denk ik in Ieper, België, net als Nijmegen een oorlog later frontstad. Ieper, de hoofdstad van de Grote Oorlog. De Eerste Wereldoorlog waar in vier jaar tijd 15.000.000 jonge mannen en vrouwen om het leven komen. De grote zinloze oorlog. Vier jaar lang liggen Duitsers, Britten, Fransen en Belgen tegenover elkaar ingegraven, alleen gescheiden door de rottende lijken van hun kameraden. Maar Kerstmis 1941: het wonder van Ieper. Duitse soldaten steken vanuit hun loopgraven kerstboompjes naar boven met bordjes: Merry Christmas. Britten zingen terug. Aarzelend komen de vijanden uit de loopgraven en wensen elkaar tussen de kapotgeschoten lijken een zalig kerstfeest. Ze laten foto’s van hun dierbare zien, delen rantsoenen, voetballen. De officieren noemen het later hoogverraad, maar Kerstmis heeft even zand in de raderen van de moordmachine gestrooid. Kerstmis is even sterker dan de oorlog en dat voedt de hoop voor de wedergeboorte van mijn kinderdroom.

Uitgave:

DEC16 

 
Er zijn slechtere plekken om te wonen en te verblijven dan Nijmegen. Maar dat wil niet zeggen dat alles goed is. Er is veel mis in de stad en in die modderpoel walst de ijdelheid van de politiek in zelfgenoegzaamheid. Maar ik kan me ook ergeren. Zonder zelfgenoegzaamheid, zonder  eigenbelang: alleen omdat ik vind dat de stad af en toe een muk is, een rund, dat er eens flink van langs moet hebben. En zo’n muk is nou een sjembek!


Lees meer columns

Klik hier

Bekijk de laatste berichten

Domweg gelukkig in Groesbeek

Maandelijkse column geschreven door voetbaljournalist Iwan van Duren

Lees meer
COLUMNS

Jochem van Gelder

Over Wie is de Mol: “Wachten, Van Gelder, wachten...”

Lees meer
Interview

Proost op Nijmegen

Horecavoorzitter Stephan Groen: “Drinken doe je in de horeca”

Lees meer
Interview