Johnny Lejeune:
muziekleven tussen base, bekkens en trommels

De keizer van de drums


Hij had de drummer van Golden Earring kunnen zijn, hij drumde in een lange polonaise van bands, stond in voorprogramma’s van Fleedwood Mac, Led Zeppelin, Deep Purple, Black Sabbath. Maar het liefst zit hij achter zijn oude Ludwig en jaagt hij met covers de harten van de fans van de Nijmeegse Schikband tot een hoogtepunt. 

De Daalseweg in Nijmegen. ‘s Avonds tegen tien uur. Café ’t Haantje. Opzwepende muziek neemt de straat in bezit. Zuigt je naar binnen. De Schikband. Op het podium smelt frontman Hans de Lang de harten van het publiek. Achter hem zit hij. Klein, bescheiden, maar oh zo nadrukkelijk aanwezig en hoorbaar in de muziek van de band. Je ziet hem niet, maar je hoort buiten al dat hij er is. Johnny speelt. Johnny Lejeune drumt. Het strakke, eigen, unieke, onnavolgbare ritme van een man die bijna zestig jaar woont tussen de bekkens, de trommels en de base. Dit jaar wordt hij zeventig. Hij stopt met optreden, maar niet met muziek maken. Lekker overdag. Zoals vroeger met Loek Schrievers, het gitaarfenomeen. “Plaatjes draaien, boterham erbij en lekker pielen.”

Hij speelt in tientallen bands. Is van zijn 18e tot  zijn 26e beroeps met zijn Blues Corporation, later Corporation en de Haagse Livin’ Blues. Met de laatste band treedt hij in de jaren tachtig op in Sicilië voor 30.000 man. Hij doet bijna in zijn broek als hij op het podium moet. Maar hij doet het. Livin’ Blues is de top. Maar ondanks dat: hij is altijd een vreemde eend in de bijt van seks, drugs en rock ’n roll. “Ik heb wel eens gebruikt, maar bij mij werkt het niet. Ik schopte mijn drumstel van het podium. Ik kreeg er grote ogen, grote neusgaten en een klein pielleke van. Het was niet mijn ding. Livin’ Blues was topsport. Ik vraag me nu wel eens hoe heb ik het volgehouden. Twee optredens per dag. Ik kan dat niet op commando. Ik wil nummers warmte mee geven. Bij Livin’ Blues ben ik gestorven. Het was niet mijn leven. Ik voelde me uitgewoond. Twee maanden later stond ik in Duitsland te stukadoren.”

Schikband
Stukadoren, een eigen schoonmaakbedrijf en in 1980 staat Hans de Lang aan de deur en wordt de Schikband geboren. Spelen wordt weer een feestje, zo zegt hij. “De Schikband neemt je mee, brengt je in een roes. Dat kunnen maar weinig bandjes. Het is de grote verdienste van frontman Hans. Hoe hij met vrouwen, met het publiek speelt. Iedereen is in de band vervangbaar. Ook ik, maar niet Hans. Ik zit achterin en verbaas me hoe hij het voor elkaar krijgt, hoe hij ze het podium op trekt. Die gezichten: heerlijk. Ruud en Ger spelen bij Frank Boeyen en bij ons. Als wij spelen komt de emotie los, de chemie.” 


“Ik kreeg er grote ogen, grote neusgaten en een klein pielleke van”

 

Weer patst hij de stokken op het vel. “Drummen is emotie. De drummer is het fundament van de band. De hi-hat is het belangrijkste. Daar woont het ritme, daar zet je als drummer je eigen handtekening. Er zijn drummers waarbij het lijkt alsof ze in een schiettent staan te schieten. Je moet je persoonlijkheid in je muziek leggen. Ik heb het gevoel dat ik steeds beter word door dingen weg te laten. Neem Prince. Het lijkt zo eenvoudig.” Hij doet het voor: tikt een paar slagen, humt de bas en voegt de gitaar toe en daar is het. Daar is muziek, de emotie. “Als ik naar een band zit te kijken en het publiek hupt niet, beweegt niet van de ene op de andere voet, dan is er geen chemie tussen de band en het publiek.” Hij veert op. Als wij bij Blues Corporation Hans als frontman hadden gehad, waren we nu een tweede Earring.

Keizer
Johnny de gevoelsmens. Stukadoren, een mooie vloer maken en muziek. “Het moet mooi zijn, van mijzelf zijn.” Achter zijn oude Ludwig drumstel zit de kleine grote muzikant. Die het geweldig vindt dat hij met pensioen is. Hij voelt zich lekker, is alleen bang wat te verliezen. “Niets hoeft meer. Alleen muziek maken en coachen zoals Go Back Tot The Zoo, de buurjongens. Oh: en genieten van drummers als Norman van Blöff. Doe bij Blöff de ogen dicht dan hoor je Norman. Geweldig.” Net als je Johnny al op vele meters hoort als de Schikband speelt. 

Hij pakt zijn stokken. Twee toverstokken van de koning, nee van de keizer van de drums uit de beat- én keizerstad Nijmegen.

 

Uitgave:

JAN17  

Tekst: Hans Jacobs
Foto: Marcel Krijgsman 


Lees meer Nijmegen Toen

Klik hier

Bekijk de laatste berichten

Studentikoos

ABBA in de bieb

Lees meer
COLUMNS

De Boekhoorn Boys

Maandelijkse column geschreven door voetbaljournalist Iwan van Duren

Lees meer
COLUMNS

Kattencafé Balthazar

naast je koffiekopje ook een kattenkopje

Lees meer
Interview