Er zijn slechtere plekken om te wonen en te verblijven dan Nijmegen. Maar dat wil niet zeggen dat alles goed is. Er is veel mis in de stad en in die modderpoel walst de ijdelheid van de politiek in zelfgenoegzaamheid. Maar ik kan me ook ergeren. Zonder zelfgenoegzaamheid, zonder eigenbelang: alleen omdat ik vind dat de stad af en toe een muk is, een rund, dat er eens flink van langs moet hebben. En zo’n muk is nou een sjembek!

Uitgave oktober 2017

Het is zo’n dag in november waarop de natuur niet weet wat te doen. Afsterven of nog doorgaan. De tijd is er rijp voor. De zon staat laag, maar de temperatuur is nog te hoog. De najaarswind dolt met de wolken.

Een blad dwarrelt naar beneden en rust op de marmeren bedden van het kerkhof aan de Daalseweg, midden in de stad omsingeld door bussen, auto’s, scooters, fietsers in de file van het dagelijkse leven.

Herfstasters bloeien in de boomgaard vol kruizen.

De eeuwige stilte kan leven met het lichte geroezemoes van schrapende schopjes en schrobbende borstels die liefdevol de kruisweg van de dood afstoffen.

De prelude tot Allerzielen, de dag in november waarop de doden worden herdacht.

Ze is nog jong en met gebogen hoofd loopt ze terug naar de ingang. Ze is bij haar broertje geweest. Hij werd maar vier. “Af en toe moet ik even naar hem toe. Moet ik met hem praten.”

Haar stem verstikt. Aan het graf met haar broertje vindt ze de innerlijke rust. Het is het parkeerterrein in haar voortjagende bestaan.

Het kerkhof ziet er uit als de buitenwijk van het

leven. De slaapstad van de dood. Lange straten monotone graven. Kruizen met een tuintje.

Melancholie gebreid in herfstdraden.

Natuursteen, gepolijst of ongepolijst. Keihard materiaal als laatste wapen tegen de vergankelijkheid.

Gebeiteld hartzeer:…In liefde gedenken wij…, Hier rust mijn lieve …, Voor altijd in mijn hart….

Buiten de poort van de oase hartje stad raast het leven verder. Individualisering, boze burgers, cultureel marxisme, verkiezingen, hamsterdagen bij de buurman, kolkende sociale media, de polonaise van de moderne leegte.

In de zoektocht naar ijkpunten in het leven worden verloren rituelen gereanimeerd. Ongelukken worden gedenkplaatsjes, het bloed van een aanslag verdrinkt in een bloemenzee. Moderne ziektes bieden tijd om bewust met de laatste meters voor de dood om te gaan. Niet meer de dood als een bidprentje, maar als een individueel slotakkoord van het leven.

Een persoonlijk afscheid.

Tot de rouwstoet aan de poort van het kerkhof aan komt. Dan valt de stilte die al eeuwen op de begraafplaats woont als een deken over de vernieuwing heen. Alleen in de kinderhoek leeft het leven verder: knuffels, beertjes, speelgoed. Een kleurrijk contrast met de grijs-zwarte monotonie van de rest.

Allerzielen. Even stilstaan bij een dierbare, even in liefde gedenken, even zeggen dat je hem/haar niet vergeten bent.

“Waarom zou je iets anders willen”, zegt ze. Ze heeft net het graf van haar ouders verzorgd. “We zijn allemaal als gelijke geboren en we gaan als gelijke dood.”

Ze kijkt over het granieten bewijs van haar gelijk.

De traditionele grafcultuur rust er nog steeds in vrede.